Het ontstaan van Lest we Forget
We zijn begonnen als restaurateurs en verzamelaars van voertuigen en voorwerpen uit de tweede wereldoorlog. De geschiedenis is zelf ook een belangrijk deel van deze hobby. Waarom zijn er bepaalde veldslagen geweest en wat waren de gevolgen, door wie werden ze gestreden en waarmee. Hier zijn we ons steeds meer in gaan verdiepen.
Het is van belang deze tijd te blijven herinneren en herdenken, gezien de wanhoop waarmee de mensen in die tijd zijn geconfronteerd. Burgers en veel militairen hebben de bevrijding niet meegemaakt, en zij die dit wel hebben meegemaakt kunnen er vaak nu nog moeilijk over praten.
Het is belangrijk te blijven herinneren en gedenken, ook in de toekomst, zodat deze zwarte bladzijden uit de geschiedenis ook geschiedenis blijven en vooral jonge mensen er iets uit leren. Als vriendengroep hebben we in het verleden veel tweede wereldoorlog evenementen en herdenkingen ondersteund met voertuigen en voorwerpen, al of niet gekleed in de uniformen uit die tijd.
Ouderen en veteranen zijn rondgereden in de voertuigen welke ze toen zelf moesten gebruiken, en veel voor hun vaak zeer emotionele plaatsen zijn bezocht. Het stilaan wegvallen van ouderen en veteranen, die de laatste getuigen zijn van de oorlog, is naar onze mening geen aanleiding de herdenkingen te staken. Met de voertuigen en middelen die tot onze beschikking staan is het naar onze mening goed mogelijk deze barre tijd te blijven herdenken.
De jeugd blijven waarschuwen voor deze gruwelen is zondermeer een must. Living history en levende kampen zijn hiervoor zeer geschikt. De herinnering aan de tijd dat het anders was in ere houden, en de vele slachtoffers blijven herdenken, zonder de oorlog te verheerlijken tot een spel, was de aanzet tot Lest We Forget.
Lest we Forget (Opdat wij niet vergeten)
In de zomer van 2002, onder het genot van koffie in de schaduw van een boom, is het allemaal begonnen. Een stel vrienden in gesprek over geschiedenis, militaire voertuigen en uitrustingen, gebruikt in het najaar van 1944 en vaak nog ver na die tijd. Voertuigen, uitrustingen en gebruiksvoorwerpen, zorgvuldig en met veel geduld gerestaureerd naar zoals ze er in de oorlog uitzagen.
Met al die uitrustingen en voertuigen werden regelmatig bijeenkomsten en herdenkingen bijgewoond, en werd een bijdrage geleverd aan het levend houden van de barre geschiedenis van de tweede wereldoorlog. Ouderen, en vooral veteranen, die de voertuigen en voorwerpen toen moesten gebruiken, wisten dit sterk te waarderen, en kinderen zagen met eigen ogen waarmee werd gestreden. Dat dit vaak inspannende dagen waren wisten we wel, maar dat heb je er voor over. Vaak was het vrijdag 's avonds opbouwen, zaterdag en zondag demonstreren en zondag 's avonds afbouwen, want op maandag moet er weer gewerkt worden.
Iemand die bij dit groepje was komen zitten en volgde waarover het gesprek ging zei op een gegeven moment, dan laat je het toch een week staan. Dit zou leuk zijn, maar de meeste terreinen lenen zich hier niet voor en zijn niet beschikbaar voor meerdere dagen, was het antwoord van een van de aanwezigen. Wat nu als er wel een stuk grond is, vroeg de man.
Al snel werden er ideeën uitgewisseld. Lopen jullie eens even mee, brak de man ons gesprek af, ik wil jullie iets laten zien. Na een wandeling van nog geen vijf minuten stonden we in een bosrand. Wat denk je hiervan, zei de man. Al lopend door het bos werd pas goed zichtbaar waar we waren en vielen we van de ene in de andere verbazing. We zagen stellingen en loopgraven, alles zoals het toen achter gebleven was, weliswaar dichtgegroeid, maar duidelijk aanwezig. In het midden een grasstrook en een pad met hoogteverschillen, in een woord fantastisch.
Al snel werden er afspraken gemaakt over het terrein en stond een groot evenement niets meer in de weg, althans zo leek het. Al vroeg rees de vraag, als het staat, wat gaan we dan doen? Het idee viel op scholen, waarom geen scholen of andere groepen rond leiden. Wie kan dit dan een week lang levend houden, hoeveel mensen zijn er voor nodig?
Een enquête onder scholen gaf aan dat er veel interesse was, zeker omdat we de kinderen in de voertuigen wilden vervoeren. Het idee dit tevens op basis van sponsoring te financieren en vrijwilligers iets te bieden als tegenprestatie, riep weer andere vragen op. Hoe dan ook, een kleine groep mensen zag het zitten en zette er de schouders onder.
Gaandeweg werden de plannen uitgewerkt, sponsors gezocht en gevonden, vrijwilligers benaderd en scholen aan- en ingeschreven. Gemeentelijke vergunningen, ontheffingen en vergunningen voor wapens werden aangevraagd. Zelfs een calamiteitenplan moest worden gemaakt. Gedurende enkele maanden is het bos gesnoeid en is er eerst groot onderhoud gedaan. Er werd hout afgevoerd en daar waar nodig werd met een graafmachine het terrein aangepast. Twee weken voor aanvang zijn de stellingen en loopgraven opnieuw uitgegraven met hulp van een minigraver.
Stroom, water, sanitair, alles is aangevoerd en geïnstalleerd, en drie dagen voor onze D-day in oktober 2003 is het terrein aangekleed met voorwerpen en voertuigen. Een GMC vol camo netten, een aanhanger jerrycans, kisten, rijplaten, tenten en luifels zijn aangevoerd en geplaatst. Met medewerking van defensie werden boogtenten geplaatst ten behoeve van een heus museum, zelfs een EOD expert vond met een collectie plaats in deze tenten.
Voertuigen van alle maten en soorten, zoals Jeeps, Dodges, GMCs Corbitt, Bedford, halftracks, Weazel, Humber, 105 mm veldgeschut, een 25 ponder en zelfs tanks stonden klaar om scholen en in het weekend het publiek te ontvangen. Voertuigen waren ingepast in displays, zoals een werkplaats, veldhospitaal, verbindings posten en zelfs een MP post en uiteraard een veldkeuken.
Deelnemers in uniform konden demonstreren en laten zien hoe alles werkte en waarom dit zo was, immers het kamp moest informatief en educatief zijn. Op maandag startte het programma en konden kinderen het kamp bezoeken zodat zij iets meer konden zien van wat er in 1944 gebeurde.
Een demonstratie in een stelling van het afvuren van een mortier, zelf mijnen opsporen of bellen met oude telefoons, bijna alles was mogelijk. In de Messtent werden de kinderen getrakteerd op een broodje knak en soep. Gaandeweg de week kreeg de pers in de gaten dat er iets aan de hand was.
Donderdag liep het storm. Radio lokaal, TV lokaal en ook een regionale TV zender kwam opnamen maken voor het journaal. Inmiddels draaide het kamp als een geoliede machine. 's Avonds met de vrijwilligers de gesponsorde maaltijden eten in de mess tent, en nadien de briefing voor de volgende dag, immers de chauffeurs dienden te weten welke schoolklassen waar gehaald moesten worden.
Na de schoolweek volgde er nog twee publieksdagen die zeer goed bezocht zijn. Nadien zijn er zeer veel positieve reacties geweest, zeker vanuit de scholen. Men had de geschiedenisles in de praktijk als zeer goed en leerzaam ervaren, wat ook bleek uit de diverse verslagen welke leerlingen ons toe stuurden. Ook het publiek had zeer veel waardering voor het getoonde kamp.
Maandag avond zat na 10 dagen kamp alles weer in de kisten en stonden de meeste voertuigen weer droog in hun stallingen. Ook voor de vele vrijwilligers was Lest We Forget 2003 geslaagd en voor herhaling vatbaar.